Techniek van de windmolen te Ertvelde

De windmolen is een witte stenen bovenkruier met Oostvlaamse kap.

Hij heeft een gevlucht van 24 meter vastgewigd in een gietijzeren assekop van Brussels fabrikaat (Wauters-Koeckx).  Het zijn gelaste ijzeren roeden van de firma Derckx  uit Beegden (Nl). Ze zijn voorzien van gebogen windplanken (fokken) in cederhout.

Het hekwerk is traditioneel vlaams.

Doorheen  het dak steken de lange en de korte spruit waaraan de schuine lange en korte zwepen bevestigd zijn die de staart van de molen ophouden.

Onderaan de eiken staart is de kruihaspel bestaande uit een gietijzeren tandwieloverbrenging om de kap te kruien.  Er zijn 12 kruipalen en twee loopschoren.

De twee toegangsdeuren liggen op de noordzuidas.

 

In de kapzolder:

  • eikenhouten as met vangwiel van 2,90 m met 48 haagbeuken kammen
  • staande as (koning) met bovenlantaarn met 21 spillen in bolletrie (paardevleeshout)
  • een stalen hoepelvang met olmen beleg en een keervang
  • eiken vangbalk met ijzeren buitenwipstok
  • paternosterring met 40 olmenhouten rollen
  • 12 stellinggaten

 

Op de luizolder:

  • houten sleepluiwerk met vallend wiel voor het optrekken van de zakken
  • twee vallen om de sterrewielen in te schakelen
  • koppelstuk van de staande as met 4 koppelpinnen
  • stortbak voor de haverpletter

 

Op de steenzolder:

  • ijzeren spoorwiel met  102 beuken kammen
  • twee sterrewielen met resp. 49 en 51 beuken kammen
  • twee staakijzers om de stenen aan te drijven
  • een koppel franse molenstenen van 1.50 m ( 17-ers ) voor het malen van diervoeder
  • een koppel engelse molenstenen van 1.50 m voor het malen van broodgranen
  • steenkisten en alle aanhorigheden van de steenkoppels
  • een haverpletter
  • de galg om de steenkoppels open te trekken
  • elektrische motor

 

Op de meelzolder:

  • meelpijpen en meelkuipen
  • lichtwerk voor de maalstenen
  • klauwreep van de lui
  • weegschaal
  • pelmachine om spelt en gerst te pellen
  • graankuiser
Nederlands